Geschiedenis

 

De geschiedenis van Azerbeidzjan 

 

De geschiedenis van Azerbeidzjan gaat terug naar de oudste beschavingen ter wereld. De naam Azerbeidzjan is afgeleid van Atropatene en het betekent letterlijk, in het oude Avestische taal, Land van het Vuur. Azerbeidzjan was voor de zoroastrisme een heilig land.

Door het millennia heen was het land door verschillende rijken veroverd. Sommigen veroveraars plunderden het land en maakten de steden met de grond gelijk. Anderen assimileerden het volk en introduceerden nieuwe talen en godsdiensten. In sommige eeuwen was er rust en bloeide het land. In de twee verschillende gouden eeuwen was er een sterk toename op het gebied van filosofie, kunst, muziek, literatuur en architectuur. In andere perioden doorleefde het land deportaties en etnische zuiveringen. Het Azerbeidzjaanse volk werd in tweeën verdeeld.

Prehistorie

De oudste nederzettingen in Azerbeidzjan gaan terug naar het einde van de steentijd. In de Grot van Azykh is een neanderthalachtig kaakbeen gevonden die meer dan 300.000 jaar oud is. Daarmee is het één van de oudste overblijfselen van voorouders van de mens is in dit deel van de wereld. Vervolgens zijn er rotstekeningen in het Nationaal Park Gobustan. Deze dateren op zo’n 12.000 jaar. Het park is tot Werelderfgoed uitgeroepen door de UNESCO.

 

Oudheid

De voorganger van Azerbeidzjan was Kaukasisch Albanië. In 252 n.Chr. werd het land een vazalstaat van het Sassanidische Rijk. Later werd het veroverd door het Byzantijnse Rijk. In de 4e eeuw riep koning Urnayr het christendom uit tot officiële staatsgodsdienst van Kaukasische Albanië. Het land bestond uit meerdere provincies, waaronder Utik, Artsach,  Caspiane, etc. De naam Kaspische Zee is vernoemd naar de Caspiane provincie van Kaukasische Albanië. Ondanks de Sassanidische en Byzantijnse veroveringen bleef Kaukasische Albanië een soevereine staat tot de 9e eeuw.

Middeleeuwen

Met de opkomst van de Arabische Rijk, in de 7e eeuw, erkende de laatste prins van Kaukasische Albanië, Javanshir, de heerschappij van de Arabische dynastie, de Oemayyaden. In de volgende eeuwen bekeerden de inwoners van het land langzamerhand naar de islam. Tussen de 9e en 10e eeuw begonnen Arabische schrijvers het gebied, van Kaukasische Albanië, tussen de rivieren Koera en Aras aan te duiden als Arran. Andere gebieden werden aangeduid als Irevan en Shirvan. Tegelijkertijd groeide het verzet tegen het Arabische Rijk en tussen 816 en 837 brak een opstand uit onder leiding van zoastriër Babek. Hiermee verzwakte de positie van de Arabische dynastie, de Abbasiden. In dezelfde periode migreerden nomadische Oğuzen het land binnen. Daardoor werden de bewoners van Irevan, Arran en Shirvan langzamerhand geassimileerd tot de Turkse taal. Ook word de Shirvansjah dynastie opgericht in de stad Shamakhi. In het midden van de 11e eeuw werd het Arabische Rijk verdreven door de Centraal-Aziatische Seltsjoeken. De rijkdom van de Seltsjoeken werd verdeeld in atabeys, een soort gouverneur. In het jaar 1135 kwamen de provincies van Irevan, Arran en Shirvan onder de heerschappij van de atabey van Azerbeidzjan.

Er was een opbloei van filosofie, wetenschap, architectuur, kunst en literatuur. Vele bekende Azerbeidzjaanse kastelen, moskee ’s, scholen, mausoleums en bruggen werden destijds gebouwd. In deze periode werd onder andere de Maagdentoren van Bakoe gebouwd, wat uitgeroepen is tot de UNESCO Werelderfgoed. Dichters als Nizami Ganjavi en Khaqani Shirvani schreven één van de meest erkende gedichten en verhalen in de islamitische wereld. Het was de gouden eeuw van Azerbeidzjan. Echter duurde dit niet lang, de atabeys werden verslagen door de Mongoolse dynastie van Jalayiriden. Azerbeidzjaanse steden als Ganja, Shamkir, Tovuz, Shabran, etc werden verwoest voor het Mongoolse Rijk. Tegen de jaren 1380 werden Jalayiriden weer verslagen door Timoer Lenk van het Timoeridische Rijk. Na de dood van Timoer ontstonden er twee rivaliserende Azerbeidzjaanse staten; Kara Koyunlu en Ak Koyunlu. In het jaar 1478 wist Oezoen Hasan van de Ak Koyunlu een einde te maken aan zijn rivaal. In het begin van de 16e eeuw brak een grote opstand uit tegen de Ak Koyunlu. De vijtienjarige Ismail I verklaarde Azerbeidzjan onafhankelijk en versloeg de Ak Koyunlu. Ismail I werd in juli 1501 bekroond tot sjah van Azerbeidzjan, met Tabriz als de hoofdstad. Een jaar later, na zijn verovering van diverse steden in Iran, werd Ismail I in mei 1502 bekroond tot sjah van Iran en daarmee stichtte hij het Safawidische Rijk. De Safawiden maakten de sjiitische islam de staatsgodsdienst en langzamerhand bekeerden Azerbeidzjanen, en andere bewoners van Iran, tot de sjiitische islam. Dit werd gevolgd door de tweede gouden eeuw van Azerbeidzjan. Er was een enorme ontwikkeling op het gebied van wetenschap, filosofie, muziek en literatuur. In deze periode werd ook de Shirvansjahpaleis in Bakoe gebouwd, wat tot de UNESCO Werelderfgoed behoort. Dichters zoals Fuzûlî en Imadaddin Nasimi schreven één van de meest invloedrijke Turkstalige verhalen en gedichten. Bovendien was de oprichter van de Safawiden, sjah Ismail I, dichter. Hij maakte een grote contributie aan de Azerbeidzjaanse literatuur. De Safawiden heersen niet alleen over Azerbeidzjan maar ook over Perzië. In de eeuwen daarop fuseerden deze twee elementen tot één cultuur, zo gebruiken beide talen leenwoorden van elkaar. Het Safawidische Rijk werd opgericht als een Azerbeidzjaanse staat maar door de eeuwen heen werd de Perzische identiteit steeds meer dominant, voornamelijk na de opkomst van sjah Abbas I de Grote. Ondanks het feit dat de dynastie nog steeds Azerbeidzjaans was en de moedertaal het Azerbeidzjaans was, kwam het Safawidische Rijk, en de opvolgende dynastieën, bekend te staan als een Perzische Rijk. Met de opkomst van de Safawiden kwam er ook een einde aan de Shirvansjah dynastie. De Shirvansjah heersden over de Shirvan provincie van 861 tot 1538. Daarmee is het één van de langst heersende dynastieën ter wereld. Van het jaar 1532 tot aan 1823 vocht het Ottomaanse en Perzische Rijk meerdere oorlogen met elkaar. Zo werden de Azerbeidzjaanse steden als Shamakhi, Ganja en Bakoe veroverd door het Ottomaanse Rijk in de jaren 1580. De Safawiden veroverden deze steden weer terug in het jaar 1603.

 

Vroegmoderne Tijd

In de 18e eeuw begon het Safawidische Rijk te verzwakken. In de tussentijd begon Peter de Grote, van het Russische Rijk, zijn Perzische campagne. Om de islamitische Ottomaanse en Safawidische Rijk te bestrijden maakte de Russische Tsaar een bondgenootschap met de Georgische koning Vachtang VI van Kartli en de Armeense katholieke kerk. Peter de Grote wilde de islamitische bevolking van de Kaukasus vervangen met de christelijke minderheden. Hoewel Peter de Grote hier nooit aan toe kwam, werd dit plan nagestreefd door zijn opvolgers.

In december 1722 veroverde de Russische generaal, Mikhail Matyushkin, de stad Rasht, een jaar later in juli 1723 werd ook Bakoe veroverd. Het Safawidische Rijk was verslagen en op 12 september 1723 tekende de sjah, Tahmasp II, een vredesverdrag. Hierbij werden de provincies Derbent, Bakoe, Shirvan, Gilan, Mazandaran en Astarabad opgegeven aan het Russische Rijk. Ruim een decennium later gaf de Tsarina, Anna Ivanovna, deze provincies terug onder de voorwaarde van een Russische-Perzische bondgenootschap tegen het Ottomaanse Rijk. Tevens begon het Russische Rijk aan een Armeense migratiebeleid. Het beleid was het gevolg van de Russisch-Turkse en Perzische oorlogen. De Russische Rijk vond de Azerbeidzjaanse bevolking onbetrouwbaar en zag deze als potentiële bondgenoot voor de Ottomaanse- of Perzische Rijk. De demografie van het land was langzamerhand aan het veranderen.

De gedurende eeuw kwam er een einde aan de Safawidische dynastie. Hierdoor raakte Iran in een interne machtsstrijd die zich afspelen in Iran en Azerbeidzjan. Met het verval van het Perzische Rijk ontstond een machtsvacuüm in de Kaukasus. Dit machtsvacuüm werd gevuld door de Azerbeidzjaanse khanaten (vorstendom). De khanaten waren de-facto onafhankelijk en verkeerden voortdurend in staat van oorlog met elkaar. Om deze reden konden zo geen vuist maken tegen omringende mogendheden. De Azerbeidzjaanse khanaten bestonden uit Shirvan, Bakoe, Karabach, Ganja, Quba, Shaki, Talysh, Irevan en Nachitsjevan. De machtigste onder deze was de Qubakanaat. De Khan, Fat’h Ali, wist alle Noord-Azerbeidzjaanse khanaten te verenigen en was zelfs op een campagne om Tabriz te veroveren om zo Azerbeidzjan als een geheel entiteit te herenigen. Echter was hij niet succesvol en na zijn dood viel het bondgenootschap van de Noord-Azerbeidzjaanse khanaten uiteen.

Met de opkomst van de Kadjarische dynastie in Iran werden de Azerbeidzjaanse khanaten in 1796 veroverd. Het Russische Rijk had inmiddels de Noordelijke Kaukasus, Circassië, Tsjetsjenië, Ingoesjetië en Dagestan, veroverd, en grensde daarmee met de Azerbeidzjaanse khanaten. Een aantal jaren later, in december 1800, werd ook Georgië geannexeerd door het Russische Rijk. Ondertussen hadden sommige Azerbeidzjaanse khanaten een bondgenootschap met het Russische Rijk. Met de Russische verovering van de Ganjakanaat, op 15 januari 1804, brak de zoveelste Russische-Perzische oorlog uit. De oorlog was een zware nederlaag voor Iran. Op 24 oktober 1813 werd het Verdrag van Gulistan ondertekend. Hierbij erkende Iran officieel de Russische soevereiniteit over de khanaten Karabach, Ganja, Shaki, Quba, Shirvan, Talysh, Bakoe en Derbent. Onder het Russisch beleid werden sommigen khanaten opgeheven en samengevoegd.

Ruim 13 jaar later, in 1826, voerde de Kadjarische dynastie een militaire campagne om het noorden van Azerbeidzjan terug te nemen. Ook deze oorlog was een nederlaag voor Iran. Het Russische Rijk verdedigde niet alleen maar veroverde nog meer land. Op 21 februari 1828 werd een nieuw vredesverdrag ondertekend, de Verdrag van Turkmanchai. Onder dit verdrag erkende Iran officieel de Russische soevereiniteit over de khanaten Irevan, Nachitsjevan en Talysh. Het Azerbeidzjaanse volk werd tweeën verdeeld. Het noorden van het Aras rivier werd onderdeel van het Russische Rijk en het zuiden werd deel van het Perzische Rijk. Tot heden vormt dit de grens tussen Iran en Azerbeidzjan. Onder de Russische heerschappij werden alle khanaten afgeschaft. Op twee na, kwamen alle khanaten onder Russische jurisdictie. Voor de khanaten Irevan en Nachitsjevan had het Russische Rijk een ander plan. In deze khanaten was het aantal Armeniërs, al een eeuw lang, geleidelijk toegenomen door het Russische migratiebeleid. Na de annexatie werden deze twee khanaten, Irevan en Nachitsjevan, samengevoegd en vormden de Armeense oblast (provincie). In hetzelfde jaar migreerden ongeveer 49,000 Armeniërs vanuit Iran naar de Armeense oblast. Echter vormden Azerbeidzjanen nog steeds meerderheid in de provincie. Na de Verdrag van Turkmanchai voerde het Russische Rijk het Armeense migratiebeleid volop uit. Er was een grote migratie van Armeniërs uit het Ottomaanse- en Perzische Rijk naar alle Azerbeidzjaanse gebieden. Als gevolgd hiervan steeg het aantal Armeniërs in deze provincies, terwijl juist veel Azerbeidzjaanse gezinnen naar andere gebieden werden gedeporteerd. Zo migreerden, na 1828, tussen de 57.000 en 84.000 Armeniërs, vanuit Ottomaanse- en Perzische Rijk, naar de Armeense oblast en het voormalige Karabachkanaat. Volgens een Russische demografische register uit 1897 waren er 441.000 Armeniers en 313.176 Azerbeidzjanen in de Armeense oblast. Echter vormden Azerbeidzjanen nog altijd de meerderheid in de steden Irevan (later Jerevan), Nachitsjevan, Surmalu, Sharur-Daralagyoz, etc. Het aantal Armeniërs steeg ook in de voormalige Karabachkanaat, van 35 procent in 1832 tot 53 procent in 1880.

 

Moderne Tijd

In de tweede helft van de 19e eeuw voerde het Russische Rijk administratieve hervormingen. De Armeense oblast werd veranderd naar de Irevan gouvernement. Alle andere voormalige khanaten werden samengevoegd in de Shamakhi gouvernement. Later werd deze opgesplitst in twee: Jelizavetpol gouvernement (Ganja) en Shamakhi gouvernement. Na de catastrofistisch aardbeving in Shamakhi, in 1858, werd de hoofdstad van het gouvernement verplaatst naar Bakoe en ook de naam van de provincie werd veranderd de Bakoe gouvernement. Deze beslissing had ook te maken met de ontdekking van olie in Bakoe, hierdoor groeide de strategische waarde van de stad.

In 1848 werd, in Bakoe, voor het eerst in de wereld, geboord naar olie. Ook werden de eerste pijpleidingen in deze stad gebouwd. In de jaren 1870 was er ongekende welvaart en groei. Bakoe produceerde, tot de jaren 1950, meer dan de helft van de wereldproductie en domineerde daarmee internationale markten. De bevolking steeg van ongeveer 10.000 in 1850 tot 250.000 in 1900. Dit kwam voornamelijk door de migratie van arbeiders vanuit het Russische-, Ottomaanse en Perzische Rijk. Hierdoor werd Bakoe een stad van verschillende etniciteiten en godsdiensten, een daadwerkelijk multiculturele stad. Deze periode werd het best gereflecteerd in de roman Ali en Nino, van Yusif Vazir Chamanzaminli (pseudoniem Kurban Said). In dezelfde periode werd het oliebedrijf, Branobel, opgezet door de Nobel broeders Ludvig en Robert. Aan het einde van de 19e eeuw was het een van de grootste oliemaatschappijen ter wereld. Het geld uit Bakoe werd later gebruikt om de Nobelprijs te financieren. De ontdekking van olie bracht niet alleen welvaart maar ook intellectuele groei. Er was een enorme ontwikkeling op het gebied van literatuur en filosofie. Schrijvers als Hasan bey Zardabi en Mirza Fatali Akhundov brachten voort ideologieën van modernisatie en secularisme. Terwijl auteur Jalil Mammadguluzadeh, in het satirisch tijdschrift Molla Nasreddin, over mensenrechten schreef. Andere schrijvers als Nariman Narimanov introduceerden gelijkheid en socialisme aan het Azerbeidzjaanse volk. Vervolgens schreef Uzeyir Hajibeyov de eerste opera in de islamitische wereld en filantropen als Zeynalabdin Taghiyev versterkten de opkomst van de Azerbeidzjaanse middenklasse. Bakoe was niet alleen de economische kern van Azerbeidzjan maar ook de culturele, wetenschappelijke en ideologische centrum van de hele Kaukasus.

 

In 1905 brak de eerste Russische Revolutie uit. De tsaristische regering probeerde de macht te behouden door klasse en etnische groepen tegen elkaar te spelen in een beleid van verdeel en heers. In de maand februari brak de eerste confrontatie tussen Armeniërs en Azerbeidzjanen in Bakoe. De confrontatie sloeg snel over naar andere delen van Azerbeidzjan, waaronder Nachitsjevan, Shusha en Jelizavetpol (Ganja). Tussen de 3.000 en 10.000 mensen kwamen om het leven, de meerderheid hiervan waren Azerbeidzjanen. Russische Kozakken grepen in en een wapenstilstand was van kracht. De Russische Revolutie van 1905 eindigde in hervormingen maar de tsaristische regering bleef intact.

Met de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog in 1914 volgde een Ottomaanse-Armeense oorlog. Na de nederlaag van deze oorlog, migreerden honderdduizenden Armeniërs naar het Russische Rijk, voornamelijk naar de Irevan gouvernement. De Eerste Wereldoorlog werd snel gevolgd door de Russische Burgeroorlog in 1917. In deze periode heerste veel verwarring en anarchie. Armeniërs bestempelden Azerbeidzjanen als Turken, van wie ze eerder een oorlog hadden verloren. Deze bestempeling maakte plaats voor haat tegen Azerbeidzjanen. Op deze wijze brak een nieuw conflict uit tussen Armeniërs en Azerbeidzjanen. Daarnaast hadden alle drie de Kaukasus landen hun onafhankelijkheid uitgeroepen. Op 28 mei 1918 werd de Azerbeidzjaanse Democratische Republiek de eerste democratie in de islamitische wereld. Daarnaast was het één van de eerste landen die vrouwenrechten erkende, zelfs eerder dan de Verenigde Staten en de Verenigde Koninkrijk. Tot heden wordt 28 mei als Republiek dag gevierd. Hoewel de Armeense staat erkende dat de regio’s Nachitsjevan, Zangezoer en Karabach onder de soevereiniteit van Azerbeidzjan waren, steunde de overheid in Yerevan de Armeense minderheden en opstandelingen in de regio’s. Hierdoor brak in dezelfde periode een oorlog uit tussen de nieuwe Armeense en Azerbeidzjaanse staat. Het leiderschap van Azerbeidzjan stuurde de meerderheid van haar strijdkrachten naar de oorlogszone. Als gevolgd bleef de hoofdstad Bakoe vrijwel onverdedigd. Op 28 april 1920 veroverden Russische troepen de hoofdstad. Hiermee kwam een abrupt einde aan de Azerbeidzjaanse Democratische Republiek. Kort hierna werd Azerbeidzjan als een deelrepubliek in de Sovjet-Unie opgenomen.

Onder de heerschappij van de Sovjet-Unie werden nieuwe grenzen getrokken in alle deelrepublieken. Zo werd Zangezoer, ondanks de Azerbeidzjaanse meerderheid, onderdeel van Sovjet-Armenië. Hoewel Karabach onderdeel van Azerbeidzjan bleef, creëerde Jozef Stalin de autonome Nagorno-Karabach provincie. De Sovjet-Unie bracht voornamelijk ellende voor Azerbeidzjan. Naast het verlies van haar grondgebied (Zangezoer) werden Azerbeidzjanen vervolgd en gedeporteerd uit Yerevan en Zangezoer. Ondanks de enorme contributies van Azerbeidzjanen in tijden van de Tweede Wereldoorlog nam de heksenjacht naar Azerbeidzjaanse dichters, filosofen en artiesten alleen maar toe. In de jaren 1950 werden honderdduizenden Azerbeidzjanen uit Yerevan en Zangezoer geporteerd naar Azerbeidzjan. Hiermee veranderde de demografische situatie van Armenië. Het land was getransformeerd van een Azerbeidzjaanse kanaat tot een Armeense monotonische staat.

Ondanks de onderdrukking bracht de Sovjet heerschappij ook een periode van ontwikkeling. Vooral op het gebied van cultuur, gezondheid en educatie was er ontwikkeling. Zangers zoals Muslim Magomayev en Rashid Behbudov waren de iconen van de Sovjet-Unie. Terwijl Kerim Kerimov één van de grondleggers was van de Sovjetruimtevaartprogramma. Kerimov was verantwoordelijk voor het succes achter de eerste satelliet, Spoetnik 1, en de eerste mens in ruimte Joeri Gagarin. In dezelfde periode verschenen de meest iconische Azerbeidzjaanse films als “O olmasin, bu olsun” en “Babek”. De periode van ontwikkeling duurde voort tot aan de jaren 1980 toen de Sovjet-Unie tot een stilstand kwam. Als gevolg hiervan voerde de Sovjet-Unie meerdere hervormingen, echter was het al te laat. De toenemende armoede en sociale ongelijkheid zorgden voor incidenten rondom de Sovjet-Unie. Hierbij speelde Bakoe een belangrijke rol. Het was de eerste stad die onafhankelijkheid eiste van de Sovjet-Unie. Uit wanhoop kondigde de president van de Sovjet-Unie, Michail Gorbatsjov, een noodtoestand in Bakoe. Ruim zesentwintigduizend Russische troepen bestormden de stad op 20 januari 1990. De noodtoestand draaide snel in een bloedbad, beter bekend als Zwarte Januari. Deze dag is bestempeld als de wedergeboorte van de Azerbeidzjaanse Republiek

#BRON: AZJN (Azerbeidzjaanse Jongeren in Nederland)